jaarthema – Hé, vaar je mee?

Welkom aan boord!

Kapitein Kriebelteen vaart met haar boot op de woeste zeeën. Maar nu heeft haar boot pech en kan ze haar tocht niet verder zetten. Gelukkig was ze in de buurt van de Sint Franciscus school en ontmoette ze daar kleuters die haar willen helpen om haar boot te repareren. Uit dankbaarheid komt Kapitien Kriebelteen enkele malen terug bij de kleuters om te vertellen over haar avonturen, haar verschillende boten, ….

Maar… de onderdelen van de boot hebben ook een symbolische betekenis. We zien ze als de onderdelen van onze executieve boot.

We willen onze kleuters actief laten oefenen in hun zeven executieve functies. Executieve functies zijn de regel- en aansturingfuncties van de hersenen, je hebt ze nodig in de dagelijkse praktijk en bij het leren op school. Hierbij heeft ieder mens zijn eigen combinatie van sterke en zwakke executieve functies, waarbij de executieve functies niet op zichzelf staan, maar invloed hebben op elkaar en met elkaar samenwerken.

Soms vinden kleuters het lastig zelf taken op te starten of reageren zij heel impulsief op anderen. Vaak nemen we dit gedrag voor lief. Gek eigenlijk, want net zoals we inhoudelijke vaardigheden oefenen, kunnen we ook gedragsvaardigheden oefenen.

Alle executieve functies worden besproken aan de hand van het besturen van een boot. De symbolen staan symbool voor iets wat met deze functie te maken heeft. Een mooie manier om een beter en duidelijk beeld te krijgen bij best moeilijke woorden.

Onze executieve boot heeft volgende onderdelen:

Anker 
Dit is de rem van de boot. Deze gooi je uit en dan blijft de boot op z’n plek.

 Kompas (plannen en organiseren)
Hiermee kan je kijken welke kant je op gaat varen.

Landkaart (werkgeheugen)
Hierop kan je zien waar je bent en je kan de vaarweg erop schrijven.

Schroef (taakinitiatie)
De schroef gaat draaien om te gaan varen (starten, in beweging komen).

 Toerenteller (emotieregulatie)
De teller zorgt ervoor dat je niet te hard of te zacht gaat.

 Roer (flexibiliteit)
Het roer dient om te sturen zodat je niet ergens tegen aan botst.

(Kapiteins)pet (metacognitie en zelfmonitoring)
De kapitein moet goed kijken hoe de reis gaat. Verloopt de de reis goed of verloopt de reis niet goed? (zelfreflectie)

Kijker
Deze gebruikt de leerkracht om te kijken hoe de leerlingen het doen tijdens het spelen van de spelletjes of bij het werk op school. (observeren)